Gruwelprachttaal

Gruwelprachttaal

“Jemig, wat draagt dat wijf een blitse jurk!”

De rillingen lopen me over de rug en ik begin weer te begrijpen waarom ik regelmatig oer-Hollands gezeik over onze taal hoor. Niet vreemd als je bedenkt dat we woorden als foefje, oksel, zwanger en bacil hebben.  Maar heeft het Nederlands echt geen mooie woorden, of praten we onszelf dat aan door lelijke gevallen als bips?

Fata morgana is het eerste wat er in me opkomt, maar als mooi Nederlands woord blijkt dat slechts een luchtspiegeling. Nee, we moeten niet zoeken naar woorden die sierlijk zijn als Frans of mysterieus als Arabisch.

Uitwaaien zie ik staan op een Engels blogpagina over mooie woorden. Ja, de betekenis is prachtig, maar toch is het zo jammer dat de eigenaar van de pagina niet weet hoe mooi het woord zelf is, het samenspel van klanken, simpelweg omdat hij de taal niet spreekt.

Nee, het Nederlands moet  het meer hebben van haar eigen potsierlijkheid. Beurtbalkje bijvoorbeeld. Of woorden die gewoon mooi zijn. Kamperfoelieblaadjes die vleugellam door het luchtledige zweven. Op die fiets.

Stilte.

Hoewel het geen onomatopee (klanknabootsing) is weet het zichzelf af te dwingen. Stilte is sterk.

Om onszelf te omschrijven hebben we ook prachtige woorden: een mierenneukend en muggenzifterig volkje dat eens wat meer moet lanterfanten (alleen al omdat het zo’n leuk woord is) en bij de uitverkoop als de wiedeweerga alles voor een habbekrats meeneemt. Drommels, wat heb ik dat schorriemorrie goed omschreven.

En dan heb je nog het geweldige vermogen van de Nederlandse taal om woorden aan elkaar te plakken zonder dat ze fout worden. Luchtverkeersleidingsdiplomauitreiking, bed-and-breakfasteigenarenconferentie en natuurlijk het klassieke galgjewoord hottentottententententoonstelling(sreüniekaartjesverkoper) .

Die taal van ons? Daarmee zit het wel snor.